Home Geschiedenis
Ontstaan PDF Print E-mail
Written by Teun   
Thursday, 07 June 2012 09:36

Over het ontstaan van het gilde is niets bekend. In de oudst bekende “Karte”(statuut) uit 1695 staat geschreven “buiten memorie van menschen opgestigt”. Hoe lang reikt de memorie van mensen door geslachten heen? In elk geval bestond het gilde al in 1510. In dat jaar wordt in de pouillé’s van het bisdom Luik het Sint Antoniusaltaar in de kerk, haar bedienaar en haar inkomsten vermelden. Die inkomsten waren voor drie missen op te dragen door leden van de Duitse Orde en bedroegen 6 mud rogge per jaar.

De parochie Gemert behoorde tot 1559 tot het bisdom Luik. Op geregelde tijden moest iedere parochie haar inkomsten en uitgaven opgeven. Deze waren nodig voor de inning van bepaalde inkomsten voor de aartsdiaken en de bisschop. Deze opgaven werden opgenomen in een register voor de inschrijving van bepaalde cijnzen en cijnsplichtigen. Een pouillé is een enigszins alfabetische lijst van per dekenaat gerangschikte parochies met vermelding van de daaronder behorende kerken, kapellen en kosterijen. Naargelang de bedoeling van het pouillé wordt daaraan toegevoegd wie het vermelde beneficie bezit en wat de jaarlijkse inkomsten daarvan zijn.

Voor Gemert zijn de pouillé’s van het Aartsdiakenaat Kempenland van het bisdom Luik van belang uit de 15e en 16e eeuw.
De registers van de dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek zijn  1968 en 1970 volledig weergegeven door G.Bannenberg, A.Frenken en H.Hens. Gemert behoorde tot het dekenaat Woensel, dat in deel II aan de orde komt. Op pagina 296 wordt het Sint-Antoniusaltaar genoemd.

De eerste vermelding daarvan is te vinden in de lijst van 1510. Het was toen al een bestaand altaar en werd genoemd: "Altare  s. Anthonii consecratum (gewijd). Letterlijk staat er:”1510 Habet 3 missas, que celebrantur ut supra (= per predatos dominos ordinis Theutonicorum dominicis diebus, feriis 3is et 5is) pro quibus 6 mod.” De missen werden iedere week gelezen op zondag, dinsdag en donderdag. De dienstdoende priesters van de Duitse Orde ontvingen hiervoor jaarlijks 6 mud rogge.
Als er in 1510 al een vermelding werd gedaan van het Sint-Antoniusaltaar, dan moet het ook voor die tijd al hebben bestaan, maar hoelang is niet bekend. In de pouillé’s van 1485 werd er nog niets gezegd van het altaar, dus het zou tussen 1485 en 1510 moeten zijn gesticht.

In een recente publicatie van de Heemkundekring De Kommanderij Gemert is vermeld, dat de beide gilden in 1628 vreugdesalvo's hebben gelost bij de intocht van Commandeur van de Duitse Orde - de eigenlijke heerser over Gemert - Graaf van Geleen. In de naaste toekomst verschijnt een nieuw boek over de Commandeurs van de Heerlijkheid Gemert.

Van de jaren vóór 1657 bezit het gilde geen geschrift noch enig eigendom. Alle gildezilver, dat er toch ongetwijfeld geweest moet zijn, is verdwenen, wellicht bij de inval van een troep rondtrekkende troepen onder leiding van Maarten Schenk, dan wel in de tijd, dat de zeggenschap over Gemert tijdelijk – van 1648 – 1662 -  berustte bij de Zeven Provincien en voorwerpen van kerkelijke aard en ook paramenten zijn ontvreemd.

Het oudste bezit is de koningsvogel, die op de achterkant de tekst vermeld is:” Desen Vogel Heft Doen Maken, Geraert van den Wijnboom, coninck, ende vereert aende Gulde van S.Antonius ende S.Sebastianus, 1657, in plaets van accoert”.
In 1810 is een zilverboekje in gebruik genomen, waarin alle koningsschilden tot dat jaar zijn vermeld. Op drie na zijn deze nog allemaal in bezit van het gilde.Uiteraard is in de loop der jaren het aantal (konings)schilden uitgebreid. Naast het koningsvest met de schilden van de laatste koningen, zijn er nog 8 zilvervesten volgehangen met herinnerings-, jubileum- en prijsschilden.

Het is jammer, dat zo weinig uit het verleden bekend is, zowel omdat er weinig is opgeschreven en niet optimaal bewaard.
Dat het gilde in 1972 – het jaar 1271 werd eertijds aangehouden als de oudst bekende vermelding van Gemert - het 700-jarig bestaan vierde moet meer gezien worden tegen de achtergrond van de jubileumfeesten van het zustergilde, dan dat ze gebaseerd zijn op bewijskracht.
Verleden:

Het gilde is vanaf de oprichting onafgebroken blijven bestaan. Het heeft de sociale taak kunnen blijven uitoefenen. De Staatse troepen hadden er geen zeggenschap, zodat katholieke verenigingen konden blijven bestaan. Ook tijdens de 1e en 2e wereldoorlog is het gilde actief gebleven. O.a. is altijd de sociale taak beoefend van het begraven van overledenen. In het begin van de vijftiger jaren kwam hieraan een einde.

 

Terug naar geschiedenis

 

Last Updated on Monday, 19 January 2015 11:24
 

Inloggen




Powered by Joomla! and Installed by Installatron. Designed by: celebrity search cheap dedicated servers Valid XHTML and CSS.